'De kleine Nomade en de Ufonaut'

Baichu, een nomadenkind, is boos! Zo boos dat ze boos wegloopt van huis. Op haar lievelingskameel Kushi trekt zij woest de woestijn in. Stampvoetend! ‘Dat is toch zo Kushi?!” zegt ze mokkend tegen haar kameel en deze knikt wijzelijk want hij houdt van Baichu. Opeens steekt er een hevige zandstorm op en raken Baichu en Kushi bedolven onder het zand. Donker is het, en benauwd maar door haar boosheid is ze niet bang. De zandstorm gaat liggen. Plotseling wordt het zand weggezogen. Eventjes ziet ze niets maar als ze eenmaal gewend is aan het felle licht staat ze oog in oog met een ruimtewezen in een glimmend ruimtepak. Hij is ook boos weggelopen van z’n ouders, helemaal van  een zonnestelsel hier heel ver vandaan. Hij kreeg Ufo-pech en stortte neer in deze woestijn. Zo goed en zo kwaad vertellen ze elk hun verhaal. Een vriendschap wordt gesloten.

 

KleineNomade-prfoto2